Do not go gently into that good night by Dylan Thomas

Image

Do not go gently into that good night,

Old age should burn and rave at close of day;

Rage, rage against the dying of the light.

 

Though wise men at their end know dark is right,

Because their words had forked no lightning they

Do not go gently into that good night.

 

Good men, the last wave by, crying how bright

Their frail deeds might have danced in a green bay,

Rage, rage against the dying of the light.

 

Wild men who caught and sang the sun in flight,

And learn, too late, they grieved it on its way,

Do not go gently into that good night.

 

Grave men, near death, who see with blinding sight

Blind eyes could blaze like meteors and be gay,

Rage, rage against the dying of the light.

 

And you, my father, there on the sad height,

Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray,

Do not go gently into that good night.

Rage, rage against the dying of the light.

 

By Dylan Thomas (1914 – 1953)

Image

 

Image

Wolf

Afbeelding

In het duister van het woud

wordt de stilte soms doorbroken

met de roep van een uil zo koud

kop in de kraag weggestoken.

 

Bos uit dringt het licht nu door

waait er een frisse bries

door de velden een wankel spoor

van ‘n kreupele met bloedverlies.

 

Nog is zijn edele kop geheven

zijn de oren waakzaam gespitst

genadeloos werd hij weggedreven

door zijn roedel opgehitst.

 

Door de akkers met zijn voren

over het eeuwig groene gras

door het golvend gouden koren

steeds onvaster nu zijn pas.

 

Uit de macht ontheven

door een jonge soortgenoot

nu verstoten moeten leven

wachtend op een wisse dood.

 

Onder de sterren en de maan

galmt als antwoord op de uil

vanaf deze dag voortaan

zijn eenzaam klaaglijk gehuil.

 

G. Ens, januari 2014

 Afbeelding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Randgebeuren

Image

Een lege huls kan nooit gevuld

zal grenzen nooit bereiken

zo zielig glazig onverhuld

een lichaam op bezwijken.

Het leven wordt verbrijzeld

zinloos in volle vaart gesmoord

gedachtes gevoelens fijngevijzeld

niets verbaals wordt meer verwoord.

Speurend naar zijn laatste levenslust

genadeloos dromend zonder slapen

de rand naderend onbewust

waar de afgrond zal gaan gapen.

 

G.Ens, 2002 / 2013

 

 Image

Slapen

Image 

Golf na golf strandt

een verse boog in ’t zand en

tot schuimens toe

een stroom van gedachten

in mijn slapeloze nachten

Image 

Stukslaand op rotsen en klippen

staat het water mij nu tot de lippen en

tot in de diepste spleten

kolkend en draaiend

heftige onrust in mij zaaiend

 Image

Wadend door een brij van dromen

hoop ik tot dat vaste land te komen

waarop ik mij neer zal storten om

uiteindelijk rust te vinden en

mijn lichaam te ontbinden

 

G. Ens, november 2013

Image

Arnout

Afbeelding

17 november 2008

 Mijn mobiel speelt plots zijn melodie.

Enigszins verbaasd, niemand belt me ooit op dat ding, antwoord ik met een vragend:

‘Hallo, met Ger?’

‘Hallo, met Peter’ hoor ik iemand aan de andere kant zeggen.

Nou ken ik een hoop Peter’s.

‘Peter?’ vraag ik.

‘Ja, met Peter, Arnout is dood’!

Ik hoor het hem zeggen maar het dringt niet echt tot me door.

Het bleef even stil aan beide kanten van de lijn.

Ik vrees en ik weet nu welke Peter ik aan de lijn heb: Peter de broer van Arnout.

‘Wat zeg je nou’ weet ik uit te brengen.

‘Arnout is dood’ herhaalt hij domweg en zwijgt weer.

‘Wat is er gebeurt’ vraag ik na enige tijd maar en mijn hersenen tollen.

‘Hij heeft een epilepsieaanval gehad’ zegt hij droog.

Nou weet ik dat Peter niet lekker in zijn vel zit.

Hij heeft een hartkwaal, kan slecht lopen en ik besef dat de dood van zijn broer, een goede vriend van mij die ik veelvuldig zag, hem danig geschokt zal hebben.

Ook ik word nu door deze ramp besprongen en mijn verwarring is groot.

Ik wist dat Arnout de laatste jaren af en toe geteisterd werd door deze wrede hersenziekte.

Dat het iets te maken had met zijn buitensporige alcoholconsumptie was ook geen geheim.

Arnout kwam nooit bij mij, notoir wijndrinker, langs zonder een plastic tasje met daarin een voorraadje halve liters bier. Die wist hij dan altijd in recordtempo weg te werken om vervolgens naadloos over te gaan op wat voor aanwezige alcoholische versnapering dan ook.

Ik brabbel wat over hoe erg ik het vind waarop hij antwoord met ‘hij wordt op dit moment weggehaald’.

Het kwartje is nu wel gevallen bij mij en het beeld van wat zich daar in de Goudsbloemstraat afspeelt ook .

‘Je zult het wel druk hebben’ probeer ik om het gesprek te beëindigen en vraag hem of ik hem over een paar dagen kan terug bellen want erg mededeelzaam is hij niet.

‘Is goed’ zegt hij.

We verbreken de verbinding.

download

Wij hebben Arnout gecremeerd.

Veel van zijn vrienden en oud-collega’s van STAP waren aanwezig.

Zelfs de aan keelkanker lijdende Jan de Haan, die een half jaar later zelf zou sterven.

Ook zijn broer Peter.

Ik zat samen met Peter in een auto om naar de hoger gelegen kapel te worden getransporteerd; hij met zijn hart en ik met mijn beperkte mobiliteit.

Daar vond de zuster van Arnout het nodig om alle negatieve kanten van haar overleden broer nog eens extra te benoemen. Zij vergat te melden dat het een schat van een jongen was.

Peter heb ik daarna nooit meer gezien.

Ongeveer een jaar later hoorde ik dat hij zelfmoord had gepleegd.

Hij was in zeer korte tijd zijn zuster, zijn stiefvader, zijn moeder en zijn broer Arnout verloren.

Ik mis Arnout nog steeds.

Zijn onverwachte bezoekjes, de tientjes die ik aan hem leende en altijd ook weer terug kreeg.

Zijn enthousiasme en bereidheid om altijd te helpen.

45 is-t-ie geworden.

Afbeelding

Ooit heb ik hem ertoe aangezet om eens een gedicht te schrijven waar hij bijna per omgaande op inging en niet zonder talent.

Het complete oeuvre van Arnout van Gijssel bestaat uit 2 gedichten en wel deze 2:

oh verloren druppel

uit de regenboog

moest u druipen ,

”t kwalijke van het kwalijke is

dat het kwalijk is

moesten of moeten

vreselijke kwalen sluipen

het is de kraan die druipt

zij of hij is de klos

voor het alziend oog

maken druppels niets uit

onkruid komt waar het niet mag komen

 A. van Gijssel, 30 april 2006

download (1)

schijnbaar eindeloze polder

u doet mij verdriet

waarom weet ik wel, of niet

gemaakte harmonie

van afgegrensd land

overdekte dieren

die je dus niet ziet

dat is wat ik zie

en lees in de krant

maar ook nostalgie

speelt een rol

vroeger was alles beter

mijn hoofd van herinneringen vol

vind soms vergeten beter

 

 Arnout van Gijssel, 17 oktober 1963 – 17 november 2008

 Afbeelding

 

Onomkeerbaar

Afbeelding

Uit een verstild cocon herrezen,

de samen gekleefde vleugels plechtig opengevouwen:

een frêle en kleurrijk wezen dat

dankbaar voor ‘t eerst het zonlicht zal aanschouwen.

Afbeelding 

Door ’n plotse bries van de wieg verdreven,

speels fladderend in het grote al,

vol overgave genietend van dat korte leven

zonder te weten wat dit ooit brengen zal.

 vlinder-kleurrijke-tuin

’t Kan een leven worden vol vreugd’ en vrede

honingverzadigd terend in de zon óf

domweg in een verraderlijk web belandend,

in een aanlokkelijk vuur verbrandend,

voordat het leven eerst pas echt begon.

Papimach_35175_gr 

Het einde komt onherroepelijk, onomkeerbaar,

Oorzaak: ziekte, ouderdom of ongeluk.

Het noodlot laat zich niet ontduiken noch ontlopen en

een ieder loopt er zich dan ook op stuk.

 vlinder-kleurrijke-tuin

De dood is helaas niet om te kopen,

houdt zijn sluiers zedig neer,

‘t afscheid van een dierbare blijft schrijnend pijnlijk,

eens en altijd, keer op keer.

 

G.Ens, augustus 2004

Papimach_30340_gr

Stilte

Afbeelding

Mijn stad.

Het regent in mijn stad.

Mijn stad is nat.

Nat en troosteloos.

Om acht uur zou het stil moeten zijn in mijn stad.

Ik ben stil.

Ik ben stil en sta voor het raam.

Stil voor het raam in een straat in een stad.

Stil en troosteloos.

Mijn stad is niet helemaal stil.

Sommigen weten niet,

sommigen vergeten vaak,

sommigen begrijpen nauwelijks dat

de stad juist nu stil moet zijn,

nat moet zijn en

altijd troosteloos zal blijven.

G.Ens, 4 mei 2004.

Afbeelding

Leven

Afbeelding

Mijn leven is maar denken

en daden ken ik niet;

mijn leven is verlangen,

bezitten doe ik niet;

mijn leven is maar lijden,

maar klagen doe ik niet;

mijn leven is mijn leven,

maar leven doe ik niet.

J. Philip van Goethem (1855-1913)
uit ‘Eenzame uren, een bundel verzen’
van W. Versluys (1910)
media_xl_1920709

 Soms

wil ik sterven,

lekker sterven,

lekker dood.

En vooral

voor niemand iets bederven,

gewoon,

lekker sterven,

lekker dood.

En verder,

dat het sterven

dichterbij was,

veel meer dichterbij was,

dichterbij was.

Dichter dood.

Ja,

dichter-,

steeds dichter- en dichterbij.

In de buitenwijken waart hij al rond en

neemt tot zich ziek, oud, jong en gezond.

Nee,

maakt geen uitzondering,

gedraagt zich zeker niet zonderling,

kleedt zich niet in onopvallend zwart

maar kakelbont.

Vervolg ontstond door de regen terug fietsend van  D.J.’s begrafenis op 7-1-2002

Afbeelding

noMan 7

Afbeelding

Op ’n ochtend, nadat ik mijn longen had geklaard en

door ’n kier keek naar het ochtendgloren waar

de zon, wederom, ’n nieuwe dag had gebaard die

mij tot het leven zou moeten bekoren waarop

ik mij had blindgestaard en alle perspectief leek te

hebben verloren, toen, met de dagverse lucht in de longen

en alom eindeloos gekabbel van een beek waarboven

uit iedere vogelbek leek te worden gezongen,

pas toen waagde ik mij aan de oversteek naar

waar de dag de nacht had verdrongen,

iets wat mij tot nu toe schier onmogelijk leek.

 Moulin de Breuil, Gouloux/Morvan/Bourgogne, mei/juni 2002

Afbeelding